En dan was er de kwestie van de fusie met Ermelo.
De aanleiding van dit feit was de oprichting van de OSBO (Oostelijke Schaakbond)in september 1946 als opvolger van de
Gelders-Overijsselse Schaakbond (GOSBO). Deze bond zou de externe competitie gaan organiseren en uiteraard was de Harderwijkse
club van plan zich in deze strijd te mengen. Echter, de omliggende grote plaatsen beschikten over sterke verenigingen en
een kleinere club als de Combinatie zou het er moeilijk krijgen. Met dit punt in gedachten nam clublid van der Hoek het
initiatief om iemand van Excelsior te polsen over de eventuele bereidheid tot samenwerking of fusie. Daar werd wel wat
voor het plan gevoeld. In Harderwijk was er uiteraard oppositie, niet alleen in het bestuur, maar ook onder de leden.
Er werd gevreesd voor ledenverlies, voor verlies van identiteit, de afstand Harderwijk - Ermelo was te groot. Bij de
stemming zijn er 19 leden voor, 1 blanco en 5 tegen en dus werden er onderhandelingen gestart met het bestuur van Excelsior.
De naam van de nieuwe club werd , ingaande 23 juli, Veluwsch Schaakgenootschap ( V.S.G).
Vervolgens werd dit voorstel op de oprichtingsvergadering van de OSBO voorgelegd aan het nieuwe bestuur en de
vertegenwoordigers van de aanwezige clubs. Daar was men er allerminst gelukkig mee. De notulen van deze vergadering
vermeldden het volgende:
Als volgend punt van de agenda brengt de voorzitter dan de toelating van het Vel. Schaakgen. als lid
van de Osbo ter sprake. De Voorzitter maakt bezwaar tegen de wijze, waarop dit schaakgenootschap is samengesteld.
De schaakver. te Ermelo en Harderwijk hebben onderling gefuseerd, doch behouden hun zelfstandigheid, doordat zij statuten
hebben, waarin twee besturen worden gekozen. Hiertegen moet volgens de Heer Hoving bezwaar worden gemaakt. De OSBO kan
deze figuur niet aanvaarden. De Osbo kan alleen verenigingen toelaten, die een geheel zijn, met een bestuur. Niet een
vereniging, welke feitelijk uit 2 verenigingen bestaat met afzonderlijke besturen, enz.
De Heer Timmer (Vel. S.G.) wil dan een historisch overzicht geven van de oorzaak van de fusie, doch de Voorzitter snijdt
deze uiteenzetting af, keert terug tot de kern van de zaak en zegt, dat de wijze, waarop voormeld Vel. S.G. is voorgedragen
zijn instemming niet kan hebben. Deze figuur is onaanvaardbaar, omdat hier als het ware sprake is van een kleine bond met
onderafdelingen. Zou dit voorbeeld navolging krijgen, dan zou dit precedenten kunnen scheppen, die zeer nadelig kunnen zijn
voor een goede verstandhouding tussen de verenigingen onderling. De ene vereniging kan dan als het ware spelers uitlenen
aan een andere vereniging.


